Najiba

De Afghaanse Najiba (21) was amper 16 jaar toen ze samen met haar oudere broer Khalid in België aankwam. Ze blikt terug op een tumultueus pad die ze met steun van vrijwilliger Evelyne, succesvol bewandelde. “Voordat ik Evelyne leerde kennen, wilde ik dood. Elke dag vroeg ik me af: waarom? Nu heb ik een huis en ken ik mensen. Beetje bij beetje gaat het beter met mij.”

Najiba: “Hoe mijn leven er in Afghanistan uitzag? Rustig. Ik was nog klein en was altijd thuis bij mijn ouders en mijn broer. Beetje meewerken, spelen. Soms sprak ik ook af met mijn vriendinnen, maar dan gingen we niet naar buiten. Zij kwamen naar ons huis of ik naar hun huis.

In 2015 kregen mijn broer en ik problemen in ons land (stilte). Met mijn broer vluchtte ik dan naar Europa. We reisden naar Griekenland, maar ik wilde er niet blijven. Er was geen school of werk. Mijn broer zei dan na één jaar: ‘kom we gaan naar een ander land’.

Eenmaal onze aankomst in België ging alles goed. Ik kon naar school, had een opvangcentrum en kreeg een Belgische steunfamilie. Elk weekend ging ik naar hen of zij bezochten mij in het centrum. Toen ik 18 jaar werd, kreeg ik te horen dat ik niet meer in België mocht blijven. Ik kon niet meer studeren en moest weg uit het centrum, maar naar waar? Ik had niemand waar ik bij terechtkon om te slapen. Gelukkig kende mijn broer een vriend in Gent. Hij belde hem op en vroeg of ik enkele maanden bij zijn zus en haar twee kindjes mocht logeren. Na een tijdje moest ik ook daar weg.

Toen leerde ik via mijn sociaal assistant Evelyne kennen. Ze is een vrijwilliger bij vrijwilligersorganisatie een Hart voor Vluchtelingen Gent. Via Evelyne kon ik in één van de vrouwenwoningen verblijven en leef hier nu al twee jaar. Het is heel goed. Ik kan hier tot rust komen wat in het centrum niet ging. Daar zat ik met 4 à 6 meisjes samen op een kamer en hadden wij geen zetel, maar alleen een bedje.

 

“Dankzij Evelyne doe ik ook al twee jaar vrijwilligerswerk”

 

Vier dagen in de week tolk ik voor andere Afghaanse mensen in de Olijfboom (onderdeel van een Hart voor Vluchtelingen). Daar komen mensen om te praten met elkaar en om kleren of andere spullen te halen. Ik help ook bij de Koer (Vlaams kunstencentrum in Gent) waar ik in de keuken help en soms het onthaal doe.

Mensen ontmoeten vind ik super. Samen zitten, eten, muziek luisteren, praten. Voordat ik Evelyne leerde kennen, wilde ik dood. Elke dag vroeg ik me af: waarom? Nu heb ik een huis en ken ik mensen. Beetje bij beetje gaat het beter met mij.

Twee maanden geleden kreeg ik te horen dat ik toch in België mag blijven (glimlacht). Nu wil ik graag een huis vinden voor mij en mijn broer. Hij kreeg ook een positieve beslissing. Lang kan ik hier niet meer blijven, want er zijn nog te veel mensen die op straat staan en wachten om mijn plekje te nemen. Maar mensen van Olijfboom helpen ons zoeken naar een huis.

(Zucht). Ik ben 21 jaar, maar ik heb zo veel slechte herrineringen in mijn hoofd die ik nooit ga vergeten. Nu ik een positieve beslissing kreeg, kan ik iets beginnen opbouwen. Hamdulillah – alles is goed nu.”